Rosa ´Brigitte de Villenfagne´

Rozennamen

 Rosa ´Brigitte de Villenfagne´  Lens Roses, België, 1993 

Louis Lens schonk deze roos aan Brigitte de Villenfagne , een tere en lieve roos.  Het is een struik met klimneigingen, die onophoudelijk grote zachtroze bloemen geeft. Deze sterke en gezonde roos is een delicaat geurende moschata-hybride. De enkele bloemen hebben sterke bloembladen. De zachtroze kleur loopt over naar wit in het centrum. De bloemen zijn delicaat geurend en ontvouwen zich in  veelbloemige schermen. Deze variëteit is erg bruikbaar in borders en een aanrader voor iedereen die aan bloemschikken doet. De struik bloeit in grote trossen doorheen het hele seizoen.  De rozen zijn ook zeer mooi in een vaas.  De plant geeft kleine botteltjes in het najaar.
De hoogte bedraagt  125-150 cm.

Brigitte de Villenfagne
Barones Brigitte de Villenfagne de Sorinnes is geboren in 1934 in het kasteel van Sorinnes en is de oudste dochter van Baron Jacques de Villenfagne de Sorinnes.
Ze is bekend voor haar kennis in de  Botanica. Zij tekent tuinen en is stichtster en voorzitster van Belgian Flower Arrangement Society.  Als prijs voor haar kennis in plantenkunde en in rozensoorten en voor haar realisaties, werd haar naam aan een roos gegeven. Met haar zoon Michaël de Villegas beheert ze een onderneming in tuinarchitectuur.
Ivo Pauwels heeft een boek met illustraties over haar tuinen geschreven: ‘De bloementuinen van Brigitte de Villenfagne ou les jardins des fleurs.
Ivo Pauwels beschrijft Birigitte de Villenfagne in zijn voorwoord als een lieve, innemende vrouw en een grote tuindame. 
Zij is van de generatie waartoe ook Jelena De Belder, Nanda d’Ursel en Mia Gevaert behoren.
Dankzij vele ervaringen, een rijke plantenkennis en een groot schoonheidsideaal heeft zij prachtige tuinen verwezenlijkt.

Bloemenmeisje 

Brigitte was het eerste kind van baron en barones de Villenfagne de Sorinnes en is geboren in november 1933.  Ze kreeg nog drie zusjes in het midden van de Tweede Wereldoorlog.  Haar vader was een bomenfanaat en vooral geïnteresseerd in de sterkte van de stammen en hun rechte groei omwille van de economische waarde van het hout.  Officier Jacques de Villenfagne werd in het begin van de oorlog door de Duitse troepen overmeesterd.  Hij werd gewond en kreeg het statuut van ‘Prisonnier d’honneur’.  Hij dook dan onder en bleef actief in het verzet.  Hij was een jager in hart en nieren.  Immers als officier van de Ardense jagers kende de topografie voor hem geen geheimen.

Toen de oorlog uitbrak was het gezin in Jehanster-Polleur gaan wonen bij de grootouders van Brigitte.  Daar waanden ze zich veilig.  Het kasteel met het domein  in Polleur bood volop speelruimte aan de meisjes de Villenfagne.  Brigitte hield van de natuur, de beekjes, de houtwallen en de bomen op het domein.  De kinderen hielpen in de moestuin, die de rozentuin in die barre tijden verving.  Ze kregen aan huis onderricht van een Luikse lerares, die ook veel van de natuur hield en vaak buiten onder een grote beuk les gaf.  In de ogen van haar jongere zussen Antoinette, Ode en Anne was Brigitte een echte durfal. 
Wanneer de oorlog eindigde, was Brigitte twaalf jaar.  Ondertussen was er een broertje gekomen en ging het gezin terug wonen op het familiedomein in Sorinnes.  Door het privé-onderricht had ze een voorsprong op de meeste van haar klasgenoten en kon ze haar middelbare school reeds beëindigen op zestienjarige leeftijd.  Dan logeerde ze enkele jaren bij families in Engeland en Ierland om haar talen bij te werken.  Haar prille jeugdherinneringen ui t Polleur lieten haar nooit meer los.  Het leek alsof het een zomer zonder einde was.

The Belgian Flower Arrangement Society

 Op 21-jarige leeftijd huwde Brigitte met graaf Eric de Villegas, die tien jaar ouder was.  Hij maakte carrière bij een grote bank.  Een jaar na hun huwelijk werd hun oudste zoon, Michaël, geboren.  Nadien volgden nog Arnaud en Charles-Antoine.  Brigitte was een elegante vrouw maar had haar handen vol met de kinderen.  Toch heeft ze tijd gevonden om te schilderen en cursussen te volgen aan de academie van Leuven en Gent.  Door haar drang om te creëren begon ze intensief te bloemschikken met allerhande materiaal uit de tuin.  Ze kwam in contact met Françoise Vanderhaeghen, die in Engeland bij Canstance Spry cursussen had gevolgd.  Samen met een aantal adellijke dames stichtte ze in 1967 de BFAS, the Belgian Flower Arrangement Society, waarvan ze de eerste voorzitster werd.  Na tien jaar nam gravin Nanda d’Ursel haar taak over.  Het logo van BFAS, een gestileerd bloemstuk, is ontworpen door Brigitte de Villenfagne.  Ze was ook lange tijd jurylid bij internationale wedstrijden voor bloemschikken, o.a. in Monaco waar prinses Grace op haar beurt’the Garden Club of Monaco’ heeft gesticht.

Het kasteel van Bever

In 1963 nam het gezin zijn intrek in dit kasteel, dat sinds eeuwen het domein was van de familie Villegas.  Zij was er vooral gelukkig met de moestuin, die je kon bereiken langs een poortje in een torentje op het einde van een dreef coniferen, die als smalle zuilen contrasteerden met een pastelkleurige border met veel grijstinten. Haar oudste zoon Michaël noemde dit stukje ‘le jardin de Briigitte’.

Samen met hem bouwde ze het park uit tot een paradijs met rozenpergola’s en rozenperken, gazonhellingen, vijvers, struikeneilanden, borders.
In 1979 kwam koning Boudewijn op bezoek.  Hij was onder de indruk van zoveel schoonheid.  Op dat ogenblik opende het park van Bever ook de poorten voor andere tuinliefhebbers. 
Door de breuk met haar echtgenoot kwam Brigitte in een nieuw en onzeker leven terecht.  Ze moest afscheid nemen van het kasteel, nadat ze ook eerder haar jongste zoon Charles-Antoine had verloren.  Het kasteel verlaten ervaarde ze als een afscheid nemen van relatieve weelde.

Tuinarchitectuur

 Als tuinarchitecte is ze zich ook sterk bewust van de vergankelijkheid van de dingen.  Ze begint vanaf dan samen met Michaël tuinen aan te leggen.  Ze vindt trouwens dat je van dromen alleen geen tuinen kunt smeden.  Er moet zowel teelttechnische, als botanische kennis aan te pas komen.  Voor haar moet de tuin ook ‘getekend’ worden door de seizoenen.  De tuin moet gracieus zijn en alle zintuigen strelen. Zo wekken geuren associaties op.  Als je je neus in een roos steekt,  zou je de frisheid van de bloemblaadjes moeten ervaren .Bovendien vindt ze dat een tuin pas tot volwassenheid komt als de bewoners kunnen zeggen dat ze zich er goed voelen.

Tuinarchitectuur betekent voor Brigitte de Villenfagne de wensen van haar klanten met kwetsbare planten materialiseren.  Daarom zijn haar tuinen even verschillend als de seizoenen en de mensen.  Er zijn echte woudtuinen bij, grote tuinen, stadtuinen en patio’s.  Ze is zich erg bewust van de vergankelijkheid van tuinarchitectuur. 

Door haar roos kan ze echter in vele tuinen een originele handtekening achterlaten.



Bronnen:         Louis Lens/De Elegantie van de Roos, Ivo Pauwels, Lannoo, 2000 
De bloementuinen van Brigitte de Villenfagne ou les jardins en fleurs, Ivo Pauwels, Stichting kunstboek bvba, 1999

Mevrouw Brigitte de Villenfagne

Passie voor rozen

In het vorige magazine Rozenkring lazen jullie een artikel over rosa ´Brigitte de Villenfagne´ met extra info over de tuinen, die deze dame ontwierp.  Op het tijdstip van het drukken van het tijdschrift kwamen we via haar zoon, Michaël,  in de gelegenheid om met haar  een interview te organiseren.  Deze uitdaging gingen we natuurlijk aan en de weergave van het interview vind je hieronder.

Groot was de verwondering om bij het aankomen in Brussel , in haar mooi ingericht appartement op het 7e een prachtige terrastuin aan te treffen met als kleurige blikvanger rosa ´Amstelveen´, rosa ´Ashram´ en onder andere  rosa ´Rosenprofessor Sieber´.  Zo is meteen het bewijs geleverd dat rozen wel degelijk in een bloembak of pot kunnen gedijen.  De rozen worden dan ook heel goed verzorgd.  Brigitte zegt immers: “ Les roses sont généreuses mais gourmandes”( Rozen zijn  edelmoedig maar het zijn ook gulzigaards).  Brigitte beschouwt de roos als haar lievelingsbloem omdat de roos  zeer lang bloeit en zo een brug vormt tussen het einde van de lente en het begin van de winter.  De  roos schenkt ons een rijk kleurengamma, heerlijke geuren en er is keuze uit verschillende hoogtes.

Hoe is het gekomen dat een roos van Lens jouw naam kreeg?

Mr. Lens was een grote vriend van mij.  Wij spraken elk jaar een dag af en gingen  samen eten en spraken dan over rozen en de ouders van deze en gene roos.  Mr Lens zei toen eens:  “Ik wil eens roos kweken,  die naar jou genoemd is, omdat jij zoveel weet over rozen!”  Et voila!  

Wat is uw visie omtrent plantenkeuze?

De rozen houden van leem en niet van zand.  De mensen hebben tegenwoordig eerder kleine tuinen en dus is het belangrijk dat de rozen doorbloeien. Dit acht ik belangrijker dan een tweede bloei .  Als je in een koude streek woont, kies je beter voor Duitse rozen omdat deze gehard zijn tegen strenge winters.  Er is ook een heel grote keuze in Franse rozen, die ik kan aanraden, zoals ´Acropolis´, een theehybride van Meiland die mooi oudroos uitbloeit. Of  Ierse rozen, bvb. ´Peau Douce´(synonym ´Elina´): een bijzonder mooie roos uit Noord-Ierland met mooie witte bloemen, die een citroengeel hart hebben. Of Engelse rozen, zoals rozen van Austin, die zeer geurend zijn en  vaak dubbelbloemig met heerlijke pastelkleuren. De Austinrozen  zijn echter niet doorbloeiend. Ze bloeien wel een tweede of zelfs een derde keer. Ook mooi is de Deense roos ´Jazz´,  een bodembedekker met een  koperrode – perzikgele kleur en licht geurend.  En een aanrader zijn  de goede en mooie Belgische rozen van Mr. Lens.  Drie sterren krijgt voor mij de klimroos ´Guirlande d’Amour´ met kleine trossen witte bloemen of de overvloedige roze bloei van ´Dentelle de Malines´ of zijn  witte tegenhanger ´Dentelle de Bruges´.

Wat zijn uw tips in verband met rozenonderhoud?

Vermits de rozen zo’n gulzigaards zijn, moeten ze goed gevoed worden met speciale rozenmeststof: een eerste keer in maart, een tweede keer na de 1e bloei in het midden van juli en de derde keer na de 2e bloei op het einde van augustus.  In de herfst geef je best aan elke rozelaar kalium.  Sommige mensen geven geen meststoffen omdat de rozen toch elk jaar terug bloeien.  Dan is dat echter wel op een steeltje zo dun als een garendraad en met enkele onooglijke bloempjes!!!  Oh neen, hee.  Van de vader van een Franse tuinarchitecte, die rozenkweker was, leerde ik dat het goed is in de herfst thomaskali te geven.  Dit is geen meststof  maar  eigenlijk kalk, dus een grondverbeteraar. De boeren gebruikten het ook altijd op hun weiden om het mos te bedwingen. Mos groeit op zure grond.   Er is geen reden om het niet te geven.  Dit kost echt geen tijd.  In België regent het immers altijd, dus het smelt onmiddellijk. Inwoelen van de korrels in de grond is dus overbodig.

Hebt u een belangrijke tip, een boodschap voor de mensen die nu met een nieuwe tuin beginnen?

Tegenwoordig hebben de mensen geen tijd.  Dus ik vermijd om hen werk te geven maar bied hen eerder  tips aan die gemakkelijk uit te voeren zijn.  Anders volgen ze je raad toch niet op. 

De rozen dien je na elke bloei te knippen.  Het is niet zo belangrijk om te knippen boven een vijfblad, zoals steeds gezegd werd.  Hou eerder  rekening met  je eigen wensen en knip ze zodanig dat je de struik op de gewenste hoogte houdt.  Zoniet zijn de struiken in de herfst soms 2 meter hoog.  Dit is goed voor een roos, die achteraan in de border staat, maar als je de roos laag wil houden, moet je ze korter inknippen na de bloei.

In de herfst na de bloei  kort je de rozen  in (dit is niet snoeien)  tot  op 40 cm. Dit is ongeveer op kniehoogte en we doen dit  om te verhinderen dat de wind ze open blaast zodat ze aan de voet door vorst kunnen gegrepen worden. 
In maart gaan we echt snoeien.  We kiezen 3 dikke, schone takken (de sterkste en de jongste) en snoeien ze tot op 10 à 15 cm.  De strenge winter van vorig jaar verplichtte ons te snoeien tot op 3 cm omdat de rest bevroren was.  En nog een tip van de Franse tuinarchitect: snoei alle kleine zijtakken weg omdat daar geen mooie rozen op groeien.  En ik wil schone, stevige rozen.  Het dode hout moet verwijderd worden.  De struikrozen snoei je best tussen 80 en 120 cm.

Wat is uw visie omtrent de protectie van de roos?

Ik ben wel ecologisch en kan goed begrijpen dat men zeep (detergent ) gebruikt  om op de rozen de luizen te verdrijven. Toch raad ik aan om in het begin van het rozenseizoen 1 à 2 keer een systemisch product te gebruiken tegen de bladluizen en ziektes.  Het effect duurt ongeveer 3 weken tot een maand.  In verband met de winterbescherming is het belangrijk je roos diep genoeg te planten zodat de ent bedekt is met ongeveer 3 cm aarde.  Bedek ze vervolgens nog met wat teeltaarde, mulch of gehakseld hout dat niet harshoudend is.  Deze laag laat je gedurende een jaar rustig liggen.  Zo bescherm je de roos  in de zomer tegen uitdrogen en in de winter tegen de vorst. Vermijd vooral het gebruik van dennnenschors en cacaoschillen omdat ze ontbinden en de pH-waarde van de grond naar beneden halen.  Dit zou uw grond verarmen en uw rozentuin uithongeren.

Kunt u ons iets vertellen over uw tuinontwerpen en de planten die u daarin vaak gebruikt?

Kleur in de tuin vind ik heel belangrijk en dan bedoel ik: kleur het hele jaar door.  Ik ben gek van rozen tussen andere planten. Zo raad ik bijvoorbeeld veel heuchera aan en geel doorbloeiende struiken. Enkele hulststruiken (ilex) zijn ook mooi om te hebben.

Tegenwoordig zijn de tuinen klein. Zij moeten weinig onderhoud vragen en praktisch zijn, d.w.z. een groot terras om buiten te kunnen eten.  Sommige mensen willen 2 terrassen, een voor de kinderen en een voor de ouders.  De tuin moet zowel in de winter als in de zomer mooi zijn .

Artikels komen op de tafel van tuinen, aangelegd door Brigitte en haar zoon Michaël.  Bijvoorbeeld een tuin die aangelegd is in Luxemburg op een erg hellend terrein, wat het moeilijk maakte en bovendien had de tuin een eigenaardige vorm. Voor een ander  (Nederlands) koppel, dat in Brussel was komen wonen, tekende Michaël  een zwembad in de tuin omdat de mensen gek waren van zwemmen. Maar de tuin was zo klein dat het niet mogelijk was ook nog een vijver te voorzien voor de kikkers en  vissen en de  waterlelies, waar zij ook zoveel van hielden.  Dus werden de 2 gecombineerd in een zwemvijver.

Qua rozenkeuze gebruik ik soms ook oude rozen omdat ze zo’n goede geur hebben.  Zij bloeien echter maar 2 weken en dat vind ik te kort. ´Constanc Spry´ is zo’n voorbeeld, en  ze krijgt spijtig genoeg gemakkelijk last van blackspot.  Dus ik ben voorstander deze oude rozen uit de tuin te verwijderen en te vervangen door moderne rozen, die dan misschien iets minder geurend zijn.  Rosa ´Bobbie James´ is één van de beste klimmers, evenals rosa ´Veilchenblau´.  Deze liaanrozen zijn heel mooi maar dan moet je een grote tuin hebben, bijvoorbeeld een muur of een tuinhuis dat je wil laten overgroeien

Ook rosa´ Astrid Gräfin Van Hardenberg´ is een mooie bordeauxrode struikroos, bijna zwart met een sterke geur. De roos verregent echter bruin en verliest zo zijn schoonheid. 

Welk is uw lievelingsplant?

Ik hoef maar een halve minuut na te denken:  de roos

En hydrangea’s zijn eveneens heerlijke planten omdat ze een lange bloeiperiode hebben. En dan komt de classeur op tafel met de documentatie van de hydrangea’s.  Hydrangea quercifolia, die mooi sterk bloeit en niet gaat  niet hangen. Ze bloeien van mei tot eind december. Het is echt de moeite waard om de hydrangea hovaria te kopen. Men noemt ze ook de hydrangea van de eeuw.

 

Het geanimeerd gesprek kon nog een hele tijd verder gaan maar ook hieraan kwam een eind. We sloten dit boeiende interview af met met de enthousiaste uitspraak van mevr. Brigitte de Villenfagne:

 “Ik ben  GEK van rozen!” 

Auteur: BS